dinsdag 19 juni 2018

Zonder blinde geleidehond

Dinsdag 19 juni; Vejen -> via nat. Deense fietsroute 6-> Kolding -> brug over Kleine Belt -> Middelfart -> Hamdrup -> Odense; Danhotel Odense City; 428/108 km; fris, zonnig, sterke westenwind.
Bizar. Precies op het moment dat ik hoor van het overlijden van Clemens Sweerman, de maker van de route die ik aan het rijden ben, verlaat ik de Jutlandroute. Het voelt als een dubbel afscheid.
Doordat ik onvoldoende tijd heb om tot Skagen te fietsen en ook nog Kopenhagen te bezoeken, heb ik gekozen voor een compromis. In Vejen verlaat ik de Jutlandroute om naar het oosten af te buigen, richting Kopenhagen. Na Kopenhagen fiets ik dan richting Duitsland. Ik zie wel hoe ver ik kom en pak uiteindelijk de trein naar huis.
Vejen is een echte sportstad. Er zijn sportscholen (geen fitnesscentra maar middelbare scholen speciaal voor sporters) en er is een enorm sportcentrum inclusief een hotel, huisjes en een camping. Het is een all in concept: de hele dag komen er mensen sporten, blijven er wat eten, ontmoeten er hun vrienden etc. Echt een prima plek om te overnachten.
Omdat ik niet zo heel veel dagen meer heb, besluit ik in één keer door te fietsen naar Odense. Dat is zo'n 100 km via de nationale fietsroute nummer 6. Er zijn nog geen gps-tracks van deze route, dus dat wordt bordjes in de gaten houden i.p.v. af en toe een blik op de gps te werpen om te zien of het nog goed gaat.
Voor mij is dat belangrijk want ik ben een ongelooflijke dromer op de fiets.ik hou me meer bezig met de historische verhalen, kletsen met de  mensen die ik tegenkom en de vogels die ik hoor dan met zoiets onnozels als routeaanwijzingen. Zo'n gps fungeert voor mij als een soort blinde geleidehond: hij zorgt dat ik kom waar ik wezen moet.

De Deense nationale fietsroutes worden aangegeven door witte letters op een blauw bordje. Niks moeilijks aan. Ik vertrek welgemoed vanuit Vejen om koers te zetten naar Kolding. Voor Kolding (26 km) gaat het al drie keer mis: de bordjes zijn onvindbaar, er is een straat opgebroken en het bordje ligt er doelloos bij, enfin dat soort werk. In Kolding (mooie oude binnenstad trouwens) heb ik drie kwartier nodig voor ik weer op de route zit... &#@÷^;^#
Alles heeft een zonzijde. Het schijnt dat puzzelen je leven aanzienlijk verlengt en als dat klopt, heb ik vandaag tien jaar bijverdiend! Want natuurlijk was het niet alleen in Kolding gezeur met de route. Een stuk verder had iemand een bloempot voor het routebordje gezet en vijftien km voor Odense had een grapjurk twee bordjes, elk naar een andere richting wjjzend, op één kruispunt gezet. Je zult het maar nodig hebben voor je kicks...
Was het dus een vervelende dag? Welnee, het was heerlijk en ik heb intens genoten. Er was regen afgegeven maar de zon brak door en het bleef zonnig tot ik in Odense was om 18 u. Er woei een stevige westenwind, dus die had ik comfortabel in de rug.
Verder heb ik in Mittelfart voor het eerst de Deense nationale trots, pølser (worstjes) geproefd, onderwijl genoeglijk kletsend in een soort van Deens met een lief oud echtpaar. Een eindje verder heb ik bij de Lidl heerljjke Skyr met verse kersen voor de lunch gekocht en lekker in het zonnetje op een pallet met zakken tuinaarde opgegeten. Daarna zag ik een kiekendief en stond ik met de kijker een hele tijd langs de kant  te genieten van deze prachtige vogel.

Daarnaast was het landschap en waren sommige huizen zó mooi! Fietsend door een golvend landschap  tussen de rijpende gerst met overal bosjes en struiken en hier en daar een lief dorpje geurend naar bloeiende lindes. Wat héb je meer nodig om gelukkig te zijn?

Clemens Sweerman

Gisteravond stuurde Thomas me een berichtje dat Clemens Sweerman op 13 juni op 72-jarige leeftijd is overleden.
Alle fietsers onder jullie kennen hem. Sommigen kende hem persoonlijk,  maar iedereen kent zijn routeboekjes. Hij was zonder twijfel de beste fietsroutemaker van Nederland. In totaal heeft hij 12 langeafstandsroutes beschreven die nu worden aangeboden door de Europafietsers. De bekendste onder deze routes zijn de St. Jacobsfietsroute naar Santiago en de variant daarvan door Midden-Frankrijk, Langs Oude Wegen.
Ik heb met veel plezier allebei deze routes gereden en ook een flink aantal van zijn andere routes. Ook de Jutlandroute waar ik nu mee bezig ben, is van hem.
Wat hem als mens speciaal maakte was de combinatie van bescheidenheid en vakmanschap. Je wist altijd dat je een route van Sweerman reed omdat de routes altijd prachtig zijn, autoluw en historisch interessant. Dit gecompleteerd met alle praktische informatie die je maar nodig kunt hebben onderweg.
Het zal gek zijn om een Fietsersbeurs mee te maken zonder hem met zijn vrouw Wobien rond te zien lopen. Maar als de Vikingen een aparte hemel hadden voor allerlei soorten mensen, dan is er beslist ook een fietsershemel met een speciale plek voor Clemens.
Dank je wel, Clemens, voor zoveel mooie uren, zoveel prachtige ervaringen op basis van het vele werk dat jij en Wobien hebben verricht.clemens_wobien

maandag 18 juni 2018

De terrastijger

Aabenraa -> Rødekro -> Hærulfstenen -> Vojens -> Jels -> Vejen (Danhostel); 320/80 km; bijna de hele dag regen.
'Jeg hedder Dorthe og jeg bor i Odense' (ik heet Dorthe en ik woon in Odense) stelde ze zich voor. Het was bijna letterlijk een zin uit ons lesboek Deens. Ik was in Rødekro bij de Super Brusen, een bekende supermarkt. Op zoek naar een lekker bakje koffie was ik daar binnengestapt. Nou, en koffie kreeg ik. Het leek wel een halve liter!
Toen ik voor de supermarkt op een bankje ging zitten om de koffie op te drinken, kwam er net een pelgrim aan. Zij ging ook zitten en ik bood haar de helft van mijn koffie aan. Dat wilde ze graag en zo hebben we een poosje zitten kletsen. Op de Hærvejen zijn veel pelgrims en langeafstandwandelaars onderweg. Fietsers zijn er bijna niet, in elk geval kom ik ze niet tegen. Wonderlijk toch hoe je steeds weer warme contacten hebt onderweg.
Daarna begon het te regenen. Eerst zachtjes, zodat je het bijna niet merkt. Daarna harder. En toen nog harder... Het was, wat je noemt, een dag die zéér karaktervormend was. Vooral op de stukken van de Hærvejen die uit grindweg bestaan. Heel authentiek maar wel lastig als het zo nat is. Veel plezier gehad van mijn brede  Schwalbes!
Indrukwekkend, zelfs in de regen, was de Hærulfstenen.

Dat is een 1,5 m hoge runensteen die al voor 900 gebeiteld is. Het is een van de oudst bekende runenstenen. Een Pruisische prins met lange vingers roofde de steen in 1864. Het zou tot 1952 duren voor de Duitsers de steen teruggaven. Nu ligt hij weer op zijn oude plek. Eigenlijk heel ontroerend, zo'n steen die meer dan 1200 jaar geleden door mensen is bewerkt. Wat zouden zij gedacht, gehoopt hebben? Hoe hebben ze geleefd?

Vandaag was een pittige dag. Het is niet leuk om de hele dag in de regen te fietsen, maar toch is dat ook een  deel van het reizen op de fiets.
de Hærvejen
Dit is overigens geen route voor terrastijgers. Ik heb 80 km gereden en niet één plekje gezien waar een mens even gezellig koffie kon drinken. Het is niet anders. Er zijn zoveel dingen onderweg waar ik met volle teugen van geniet en, mocht ik echt niet verder kunnen zonder koffie, dan kan ik zelf het brandertje aanslingeren en een bakkie brouwen.
Het voordeel van zo'n regendag is overigens wel dat je veel dankbaarder bent voor een dak boven je hoofd. Ik heb een kamer in een Danhotel*) in Vejen, een (duurdere) variant op een jeugdherberg, een combi tussen sportcentrum en hotel.  Het grote voordeel was dat ik direct na aankomst al kon meedoen met een stevige workout in fluorescerende pakjes. Als ik gewild had...
*)Het Danhotel.ligt dichtbij de ingang van Vejen. Volg bordjes. Je kunt er lekker en gezond eten.

zondag 17 juni 2018

Kaffe med ministeren

Vandaag is het zondag. Mijn eerste dag op Deense bodem. Dus wat is er toepasselijker dan op de koffie gaan bij de dominee om de taal te oefenen? Ofwel: kaffe med ministren. Ja, ja, jullie krijgen gratis een portie Deens mee! Maar eerst gebeurden er heel andere dingen. Iets met de Reeperbahn en de Watersnoodramp in Zeeland. En fietsversnellingen.
Om tien uur precies en ook nog 's precies op kilometerstand 200 peddelde ik vanochtend Denemarken binnen. Bij de grens staat een soort tent waar auto's onderdoor moeten onder toeziend oog van de douane. Wij fietsers worden niet geacht smokkelwaar van enige omvang mee te slepen en worden genegeerd. Wat zeg ik? We mógen zelfs niet door die tent maar moeten het doen met een hobbelig fietspad opzij.
Enfin, daarna fluks op zoek naar een bank om de nodige kronen te pinnen. Denemarken is weliswaar lid van de EU maar heeft wijselijk vastgehouden aan de eigen valuta. Ik was nog niet aan het pinnen, toen er naast mij een man op de fiets ook kwam pinnen. In no time... eh... på ingen tid hadden wij - in het Deens - een soort van gesprek over hoe leuk fietsen wel niet is. Stoer toch? Dit was de tweede keer dat ik de lessen van Hélène in de praktijk kon brengen. De eerste keer was in Duitsland, in het museum Dannevirkegården, een paar dagen geleden. Toen ik eindelijk in de gaten had dat iedereen daar Deens sprak, heb ik afscheid genomen met de fameuze woorden 'tak og farvel'. Nou, ze hebben het er nóg over!
Vervolgens heb ik uren doorgebracht in kamp Frøslevlejren. In een aantal barakken zijn deeltentoonstellingen ondergebracht, o.a. van de brandweer en de Deense blauwhelmen en Amnesty International. De meneer van Amnesty vertelde enthousiast dat hij Hamburg zo'n prachtige stad vond met als onbetwist hoogtepunt de Reeperbahn (= rosse buurt). Ik moet zeggen dat ik even heel gek stond te kijken, maar ik houd het erop dat ik zijn Deens slecht verstond.
Bij de mannen van de brandweer kreeg ik koffie en het verhaal dat zij hebben meegeholpen in Zeeland na de Watersnoodramp van 1953.
Met de man die kaartjes verkocht over de kamptentoonstelling had ik nog een heel gesprek over de Deense  geschiedenis en - jawel! - fietsversnellingen. Alles in een onnavolgbare mix van Deens, Duits, Engels en Koeterwaals. Maar leuk!
Al peddelend langs 's Heeren wegen kwam ik vandaag heel wat moois tegen. Onbetwist hoogtepunt was de prachtige bedevaartskerk in Kliplev. Deze kerk werd in 1450 gebouwd. Het was de bedoeling dat ze minstens zo groot als de dom van Keulen zou worden, maar toen brak de Reformatie uit. Jutland werd evangelisch-luthers en  dat was het eind van de bedevaarten en daarmee de behoefte aan een grote kerk (het dorpje telt nu 2200 zielen). De kerk werd echter wel afgebouwd en ik heb zelden zoiets moois gezien. Ernaast staat de oudste houten klokkestoel van Denemarken. Deze dateert van 1300. 
Ik ging kijken of de kerk open was en toevallig was er een dienst bezig. Om niet te storen, ben ik weer naar buiten gegaan, maar na een paar minuten kwam iedereen naar buiten. Ik vroeg de dominee of ik even binnen mocht kijken en kreeg prompt een hele rondleiding van hem. In de kerk hangt o.a. een prachtige houten doophemel, een schitterend gesneden preekstoel en een klok-met-een-mannetje-met-hamer dat de tijd aangeeft uit 14 en nog wat.
Daarna nodigde de dominee me uit om mee koffie te gaan drinken met de overige gemeenteleden. Tsja, en een mens moet toch oefenen nietwaar? Kortom, ik mee om de koffie. Er zaten zo'n 20 mensen om de tafel aan wie ik heb geprobeerd uit te leggen wat ik aan het doen was. Ontzettend leuk! En wat was er bij de koffie? Jordbærkage! Nu hadden we de  woorden aardbeien (jordbær) en taart (kage) al gehad tijdens de les, dus ik kon ook zeggen hoe lekker de taart was (det smager godt). Verder hebben we het nog gehad over Nederlandse boeren die emigreren naar Denemarken. Na een uur was de koffie op en moest ik nog 30 km fietsen, maar o, wat was dit leuk! (Hvad var det sjovt!)

Het modelkamp Frøslevlejren

Zondag 17 juni, Vaderdag;  Flensburg -> Deense grens -> Frøslevlejren -> Kliplev -> Urnehoved -> camping Aabenraa*) (trekkershut); 241/54 km; vrijwel hele dag droog, fris maar zonnig.
Een modelkamp zou het worden, niets meer en niets minder. Tijdens de bezetting van 1940 - 1945 had de Deense regering een gecompliceerde verhouding met de Duitse bezetter tot de regering in 1943 aftrad. Het Deense verzet werd ondertussen steeds actiever. In 1944 was de maat blijkbaar vol want de nazi's besloten om de gevangenen in concentratiekampen onder te brengen. In een poging om erger te  voorkomen, boden de Denen aan dan maar een kamp op eigen bodem te bouwen met de afspraak dat Deense burgers daar geïnterneerd zouden worden.
Zo geschiedde. De Denen moesten zelf voor het kamp betalen en in september 1944 was Frøslevlejren klaar. 26 houten barakken geverfd in die typische rode ossenbloedkleur zo gegroepeerd in een halve cirkel rondom een wachttoren zodat de wacht makkelijk op iedereen schieten kon. Er was zelfs een school in een van de barakken. In september 1944 kwamen de eerste 700 gevangenen, mannen en vrouwen, aan. In totaal zouden er in de 9 maanden dat het kamp gebruikt werd 12.000 mensen gevangen worden gezet.
Al snel na de ingebruikname bleek dat de bezetter geenszins van plan was zich aan de afspraken te houden. Honderden geïnterneerden werden via het vlakbij gelegen station van Padborg vervoerd naar de beruchte concentratiekampen van Neuengamme, Dachau en Ravensbrück. 200 van hen zouden nooit terugkeren.
Toch hebben waarschijnlijk duizenden gevangenen hun leven te danken aan dit interneringskamp met z'n relatief lichte regime. De nazi's probeerden met allerlei regels een schijn van normaliteit op te houden. Zo mochten gevangenen zelfs met elkaar trouwen. Na de huwelijksinzegening mocht het nieuwbakken paar drie uur samen zijn. In aanwezigheid van een Duitse tolk, wat het dan toch weer minder romantisch maakt.
Verder moest iedereen die daartoe in staat was uiteraard werken. Dat paste bij het arbeidsethos van de nazi's. Wie herinnert zich niet het cynische 'Arbeit macht frei' op de toegangspoort van Auschwitz? Er was echter één klein probleempje: er was simpelweg geen werk genoeg voor alle gevangenen. Als oplossing werden er door de Denen lange lijsten van arbeidscommando's opgesteld waarvan de helft onzinwerk betrof. De nazi's boeide het niet, als het op papier allemaal maar klopte. De mooiste naam van zo'n arbeidscommando vond ik de groep 'schoonmaak- en poetsgroep-voor-de-metalen-roosters-voor-de-deuren'. Die hebben het vast héél druk gehad.
Dat de Deense gevangenen erin slaagden ondanks alles toch iets van hun vrijheid te behouden, bleek wel uit alle 'georganiseerde' spullen van de gevangenen die tentoongesteld lagen. Dat varieerde van eigengemaakte medicijnen, sigaretten natuurlijk, maar ook een complete bibliotheek tot twee korte golfradio's aan toe die in de vloer van de barakken verstopt zaten.
Frøslevlejren is het best bewaarde kamp in Europa uit de nazitijd en een bezoek meer dan waard. De Jutlandfietsroute voert er dwars doorheen. Dat geeft een beklemd gevoel om zo, als vrij mens, tussen deze barakken en wachttorens door te kúnnen rijden. Maar stap even af en bekijk de tentoonstelling!
*)dit was vroeger een jeugdherberg. Nu kun je er een kamer of trekkershut huren of op de camping staan. Met uitzicht op het fjord!

zaterdag 16 juni 2018

Koning Blauwtand

Ik was al een kilometer verder vóór ik me realiseerde dat ik het gemist had. Terug dus, want dit wilde ik beslist zien. Per slot van rekening was dit zo te zeggen het geboortekaartje van Denemarken.
Ik ben op zoek naar de plek waar Harald Blåtand*) gedoopt is. Volgens Saksische kronieken verklaarde koning Harald rond 965 op een feest dat andere goden meer wonderen verrichtten dan Christus. Bisschop Poppo was het daar niet mee eens en Blauwtand daagde hem uit om zijn geloof te bewijzen door gloeiend ijzer rond te dragen. Toen Poppo's handen vervolgens ongedeerd bleken, bekeerde Harald zich en liet zich dopen.


Volgens de overlevering moet deze doop hier ergens plaatsgevonden hebben. Je zou bedenken dat zoiets belangrijks goed aangegeven staat, maar niets. Zelfs geen simpel bordje langs de weg. Het gidsje is echter goud waard. Met behulp van Clemens  Sweermans' aanwijzingen vind ik een trapje onder een provinciale weg door naar een beekje. Het beekje volgend vind ik een soort mini-hunebed met daarnaast een oud bordje 'Pollostein'. Hier moet het dus gebeurd zijn. Merkwaardigerwijs is het een eindje bij de beek vandaan.
Deze zoektocht past in een groter plaatje. In Sleeswijk- Holstein leeft tot op de dag van vandaag een vrij grote Deense minderheid. Die is er blijven wonen toen Bismarck in 1860 de Denen versloeg bij Dannewerk**) en Sleeswjjk-Holstein inlijfde bij het Duitse keizerrijk.
Op papier waren de rechten van deze Deense minderheid goed geregeld. In de praktijk liep het anders. Algauw werden er geen preken in het Deens meer toegestaan en in de Deenstalige scholen moest het onderwijs voortaan in het Duits plaatsvinden. Toch is er nog steeds een bloeiende Deense culturele minderheid in Sleeswijk. Ik zag Deenstalige winkels, sportclubs, een krant en in het museum in Dannewerk wordt Deens gesproken.
*) Enig idee waar ons moderne begrip bluetooth vandaan komt? Juist ja, van de Deense koning Blåtand. Het idee is dat koning Blauwtand in zijn leven zoveel mensen met elkaar in verbinding bracht, dat de techniek van verbinding zonder snoeren daarom naar hem vernoemd is.
**) Museum Danevirkegården (bij km 100.5 moet je 500 m rechtdoor) gaat in feite over het slagveld van 1860 waarbij de Denen verloren.

De Wolgaduitsers

Zaterdag 16 juni; 's ochtend motregen en rond de middag plensregen, eind v.d. middag onweer; Schleswig -> Flensburg, hotel Wasserturm; 187/50  km
Schleswig Holstein is voornamelijk groen. Ik fiets over lieve, slingerende weggetjes langs kleine boerendorpjes waar de bedwelmend zoete geur van lindebloesem en boerenjasmijn zwaar in de lucht hangt. Prachtig om doorheen te fietsen.
Vandaag merk ik ook waarom het zó groen is: tegen de middag giet het  van de regen. Het regent zo hard dat ik mijn toevlucht zoek in een bushokje om een beetje droog en warm te blijven. Wég plan om vandaag nog een stevig stuk Denemarken in te fietsen, zeker als bij navraag blijkt dat de jeugdherberg bij Aabenraa (km 81) opgedoekt is*). Als fietser moet je flexibel zijn en dus zet ik koers naar  Flensburg, de laatste Duitse stad voor de grens, om daar een droge slaapplek te scoren.
Zo groen als Schleswig nu is, zo paars was het vroeger. Ooit was dit een enorm heidegebied. De Deense hertog - Schleswig was vroeger een hertogdom - wilde deze 'woeste gronden' in cultuur brengen. Net als nu hadden politici anderen nodig om het zware werk op te knappen, dus probeerden ze de plaatselijke bevolking ertoe te brengen de schop  ter hand te nemen. Of het de ervaring met de weerbarstigheid van de arme grond was of met de loze beloften van de hertog weet ik niet, maar ze vertikten het om in actie te komen.
Nu was de hertog niet zomaar uit het veld geslagen en in allerijl werden er  bodes met mooie beloftes naar arme  gebieden als Baden-Würtenberg en de Kurpfalz in Duitsland gestuurd om de blijde boodschap te verkondigen. Onbekendheid met de hertog en de grote armoede in die streken zal zeker de bereidheid om naar Schleswig te trekken hebben vergroot.
In 1761 kwamen de eerste pioniers aan. Geheel volgens de verwachting van de plaatselijke bevolking waren de plannen van de hertog niet af en was nog geen van de  beloofde huizen gebouwd. Onkunde met het zware ontginningswerk en mislukte oogsten deden de rest. Veel pioniers  trokken na een paar jaar verder om hun geluk elders te beproeven.
Ditmaal was het de tsarina Katharina die potten met goud aan het einde van de regenboog beloofde. Veel van de pioniers trokken naar de Wolga waar ze generaties lang bleven wonen en bekend kwamen te staan als de  'Wolgaduitsers'. Deze groep zou het later onder Stalin zwaar te verduren  krijgen en werd uiteindelijk van huis en haard verdreven. Maar het land verlaten mochten ze ook niet. Pas in 1972 werd de wet ongedaan gemaakt die het deze groep verbood Rusland te verlaten. Velen van deze Wolgaduitsers kozen eieren voor hun geld en keerden na 200 jaar berooid en gedesillusioneerd terug naar die alte Heimat.
In Idstedt is aan de route een klein museum over dit onderwerp en over de strijd tussen Denemarken en Duitsland aan het eind van de 30-jarige oorlog 1848-1850.

vrijdag 15 juni 2018

Hemels Haithabu


Haithabu was van de 8e tot en met de 11e eeuw een stad die bekend was tot in Perzië. Voor die tijd was het een wereldstad, het telde op zijn hoogtepunt niet minder dan 2000 inwoners. Over het ontstaan van de stad en de onvermijdelijke ondergang gaat het museum Haithabu. Dit ligt op een boogscheut van Schleswig, de stad die Haithabu als handelsstad heeft opgevolgd.
Haithabu heeft zijn ontstaan te danken aan zijn ligging op een kruispunt van handelswegen. Op deze plek is Denemarken (pas in 1864 pikte Bismarck Schleswik-Holstein in en voegde dit bij Duitsland, maar da's een ander, bloederig verhaal) maar zo'n 100 kilometer breed. De Schlei, een inham van de Oostzee, komt hier 43 kilometer landinwaarts en dat gaf de middeleeuwers de mogelijkheid om niet bovenlangs te varen, om Skagen heen, maar met hun bootjes zo ver mogelijk het binnenland in te komen en vandaar met ossenwagens verder te trekken richting Noordzee en vice versa. De Ochsenweg of Haervejen was als noord-zuidroute al eeuwenlang in gebruik en zo kruisten beide handelswegen elkaar aan de zuidelijke oever van de Schlei. Daar ontstond rond 800 het Vikingdorp Haithabu wat in 250 jaar uitgroeide tot het oudste en grootste handelscentrum in Noord-Europa.
Er ontstond een levendige handel met andere Vikingsteden als Ribe en Birka (Zweden), maar ook met de Franken en de Saksen en er waren zelfs contacten met de Perzen en de handelaars van de Zijderoute. De handelswaar bestond uit huiden, textiel, sierraden, aardewerk en slaven. Haithabu bestond in die tijd uit 1000 inwoners op zo'n 25 ha grond. Voor die tijd heel groot. Ter vergelijking: Dorestad telde toen al 75 ha. Misschien dat jaloezie aanleiding was voor de latere plundertochten?
Hoe het ook zij, Haithabu floreerde als handelsstad én als stad waar veel geoefende handwerkslieden zich vestigden. Zo werden er in de stad veel glazen sierraden gemaakt en woonden er bekwame goud- en zilversmeden.
Dit beeld van hardwerkende ambachtslieden en handelaren past totaal niet bij het beeld van de moordende en rovende woestelingen wat wij in de vaderlandse geschiedenis voorgeschoteld kregen.
Succes valt zwaar op de maag, vooral als het het succes van de buren is. Zo was het ook hier: in 1050 werd de stad platgebrand door koning Harald Hardradi van Noorwegen. In 1066 deden Slavische overvallers zijn werk nog eens dunnetjes over. Dit betekende het eind van Haithabu. Aan de overkant van de Schei werd rond deze tijd Schleswig gebouwd en deze stad nam de rol van Haithabu over.
Waar ooit Haithabu aan de Noor, de inham van de Schlei, lag, staat nu een prachtig, modern museum verscholen tussen de bomen. Een stukje verder aan het water is een deel van Haithabu herbouwd. Op basis van archeologisch onderzoek zijn zeven verschillende soorten huizen gereconstrueerd. Met mensen die in de kleding van toen oude ambachten uitoefenen. Heel boeiend om te bekijken, zeker als je je eerst in het museum een beeld hebt gevormd van wat er daar allemaal gebeurd is.
Een van de meest opvallende vondsten uit het gebied vond ik het  zgn. 'scheepsgraf'. Daarin ligt een edelman vergezeld van twee van zijn bedienden. Ook hun drie paarden, hun wapens en allerlei luxe goederen zijn met hen meebegraven. Toch een lugubere gedachte als je bedenkt dat dienstbaarheid wel héél ver gaat als je je heer (vrijwillig??) letterlijk volgt tot in het graf. Overigens beschouwden de Vikingen de dood slechts als overgang naar een andere vorm van leven. Ze hadden ook meerdere hemels, waaronder eentje speciaal voor dronkaards...
Museum Haithabu, een echte aanrader voor wie meer over Vikingen wil weten! 

Hoe Hamburg aan zijn hamburgers kwam

Het begint tamelijk bescheiden in 825 met de bouw van een kleine burcht, de Hammaburg, aan de noordoostgrens van het Karolingische rijk. Eind van de 12e eeuw neemt de economie echter een enorme vlucht, mede door de ontwikkeling van de Hanze*) en de gunstige ligging van de stad aan de Elbe, midden tussen de Noord- en Oostzee. In de eeuw die daarop volgt groeit Hamburg uit tot zijn viervoudige omvang. En al die mensen moeten eten. Vandaag de dag verdient Nederland veel aan de export van agrarische produkten, toen was het niet anders.

De Denen hadden weinig mensen maar veel koeien dus de deal was snel gemaakt. Op deze wijze ontstond in de middeleeuwen de 'Ochsenweg' of 'Haervejen'. In het Deense stadje Viborg werden de kuddes slachtvee in het voorjaar bij elkaar gebracht om vervolgens over de hoge (en dus droge) gronden in het midden van Denemarken en Schleswik-Holstein (toen Deens) naar Wedel aan de Elbe te worden  gedreven. Daar werden de dieren met bootjes overgezet. Het ging om enorme aantallen. Per dier moest belasting worden betaald en in één jaar telden de belastinginners 50.000 dieren! Al met al liepen die beesten en hun begeleiders zo'n 400 kilometer voor ze hun eindbestemming in Hamburg of Lübeck bereikten. Sommige kuddes trokken zelfs door naar Drenthe.
Logisch trouwens dat ze met ossen aan de wandel gingen en niet met stieren. Ossen zijn toch, zeg maar,  wat relaxter in de omgang. Aan het eind van de tocht wachtte de dieren een vette weide waar ze weer konden bijkomen - letterlijk -, alvorens de Hamburgers tsja... eh, hoe zal ik 't zeggen... hamburgers van hen maakten.
Al met al vraag je je onwillekeurig af of Kennedy zijn beroemde rede ook in Hamburg had kunnen houden. Op een of andere manier klinkt 'Ich bin ein Berliner' tóch anders dan 'Ich bin ein hamburger...'
*) als je meer wilt weten over de  stedenbond de Hanze kun je mijn blogje lezen: Lena-fietst-de-Hanzeroute-2017

Bikers onderweg

Vrijdag 15 juni; Hamdorf -> Dannewerk -> Haithabu -> Schleswig; 137/63 km; droog, 25 gr, prachtig fietsweer; DJH Schleswig.

Alleen fietsen betekent geenszins dat je dan ook alleen bént. Zo zat ik woensdag de hele avond op een terrasje in Glückstadt te kletsen met Uta, een andere fietser, en had ik  vanochtend in het gasthof een boeiend gesprek met vijf stoer getatoeëerde bikers die op hun Harley's onderweg waren naar de Lofoten (N).

Aardige gasten. Toen ik een kilometer of tien van het gasthof verwijderd was, kwam het hele  clubbie opeens voorbij op hun ronkende zware machines, de handen groetend omhoog. Je ziet elkaar nooit meer en toch was er even een warm contact. Bijzonder.

Willi kwam ik vanmiddag tegen in het openluchtgedeelte van museum Haithabu. Stoere kop, de grijze baard met twee ijzerdraden in Vikingstijl gefatsoeneerd en in een t-shirt en met tattoos die geen twijfel lieten over zijn identiteit als biker.

Hij liep slecht, dat was in tegenspraak met zijn stoere uiterlijk. We raakten aan de praat. Hij vertelde dat hij in twee jaar tijd twee zware beroertes had gehad waardoor hij niet meer kon lopen of spreken. Heel zijn leven had hij de kost verdiend als chauffeur bij een pakjesdienst. De laatste 16 jaar had hij op een taxi gezeten. 'Dat werk was mijn leven. Ik kan niets anders.'

De beroertes hadden nietsontziend een eind aan dat alles gemaakt. 'Ik ben 57 en kan niet meer voor mezelf of voor mijn gezin zorgen. Maar ik vertik het om in een rolstoel te gaan zitten.' Moeizaam vertelde hij hoe hij de laatste twee jaar had geleerd weer te lopen en te praten. Nu was hij hier, in dit museum. Een plek waar hij absoluut niet thuis leek te horen. Hij was helemaal uit de buurt van Hamburg gekomen met de trein en de bus. 'Gelukkig mag ik gratis met het OV in mijn situatie,' verduidelijkte hij. Na een poosje stond ik op en nam afscheid. Ook Willi stond op. Het kostte hem duidelijk moeite. 'Kom, ik ga nog even snel die huisjes verderop bekijken,' sprak hij met een flinke dosis zelfspot. Later kwam ik hem bij het museum weer tegen. 'Bedankt voor ons gesprek.' Tsjonge,
wat een moed, wat een biker!

donderdag 14 juni 2018

De hel(den) van Mehlbek

Sleeswijk-Holstein is gevormd door de laatste ijstijd. De meest zichtbare effecten zijn dat het land golvend is zodat je als fietser steeds vals plat naar boven of beneden hebt. Eerlijk gezegd heb ik een lichte voorkeur voor deze laatste variant. Een tweede  zichtbaar overblijfsel van de ijstijd zijn de grote zwerfkeien die je overal ziet. Soms worden ze gebruikt als erfafscheiding bij boerderijen, maar je kunt ze natuurlijk ook voor andere dingen gebruiken.
Mehlbek bestaat uit een kleine  dorpskern met daaromheen een handvol boerderijen. Alles bij elkaar een gemeenschap van een paar honderd mensen. Midden in het dorp is een bescheiden monument opgetrokken: drie zwerfstenen met inscripties. Ik stap af en lees wat er op de stenen staat. De middelste, grootste steen vermeldt de 'Helden von 1914 - 1918' met daaronder 21 namen. Links en rechts staan nog twee zwerfkeien met daarop 35 namen van mannen uit het dorp die zijn 'gestorben fürs Vaterland' of vermist zijn geraakt in de periode 1939 - 1945. Opmerkelijk is dat zij geen helden meer genoemd worden. De gemiddelde leeftijd van de mannen en jongens is nauwelijks 21 jaar.
Als ik me probeer voor te stellen hoeveel verdriet deze kleine gemeenschap in twee generaties te verduren heeft gehad, ben ik er stil van. In 2015 heb ik de Frontlijnroute gefietst, de frontlijn van de Eerste Wereldoorlog van Nieuwpoort (B) tot Basel (Zw). Honderden kilometers met letterlijk miljoenen graven als symbool van zinloos verloren levens, van onbeschrijflijk veel pijn en verdriet - allemaal tot meerdere eer en glorie van een aantal verknipte machtshebbers, waaronder Kaiser Wilhelm II van Duitsland die zo roemloos aan zijn einde kwam op een kasteeltje in Doorn.
Een eindje verder kom ik de keizer weer tegen bij het oversteken van het Nord-Ostsee Kanal. Beter  bekend als Kaiser Wilhelm Kanal. Dat zat zo: Kaiser Wilhelm was eind 19e eeuw zéér gefrustreerd dat zijn Engelse neven (Wilhelm was een kleinzoon van koningin Victoria) veel meer koloniën en oorlogsschepen hadden dan hij. Om het eerste probleem op te lossen, heeft hij o.a. Namibië laten inpikken en de bevolking laten decimeren (zie mijn blogje over Namibië  2016).
Om het tweede probleem op te lossen, heeft hij niet alleen de Duitse marinevloot sterk laten uitbreiden, maar ook dit kanaal dwars door Sleeswijk-Holstein laten graven. Op die manier hoefde zijn oorlogsvloot niet via Skagen van de Oostzee naar de Noordzee en vice versa.
Geholpen heeft het allemaal niet. Duitsland is smadelijk vernederd in de Eerste Wereldoorlog waarop de overwinnaars zich zo belachelijk gedroegen, dat daarmee en passant het fundament voor de Tweede Wereldoorlog werd gelegd. Tsja, en de prijs wordt iedere keer betaald door helden uit Mehlbeck of ieder ander denkbaar dorpje in Frankrijk, België, Nederland of waar dan ook...

De klas van 1933

Donderdag 14 juni; Glückstadt -> Hamdorf (Gasthof Lafrenz - fijn  Gasthof, redelijke prijs en goed eten. Aanrader, ligt a.d. route; 79 km gefietst, totaal 86; droog, 23 gr., eind v.d. dag regen.
Hij had het hoogste woord en alle anderen luisterden. Het ging over de haringweek die vanmiddag begint, over de rozen die de stad zo mooi maken en over de politiek die totaal 'beschissen' is. Er werd instemmend gemompeld, iemand maakte een tegenwerping, een van de vrouwen lachte. Een meisje van 85, nog altijd koket.
Naast mij op het terras zit een groep senioren uit Glückstadt. Te lachen, te praten, koffie te drinken. Mensen van halverwege de 80 die elkaar al een leven lang kennen. De klas van 1933, nog altijd zoals toen.
Ondertussen worden overal op de markt haringstalletjes en bierstubes opgebouwd. Zo meteen 'geht's los'. Het hoogtepunt van het feest is het wijd en zijd beroemde 'Entenrennen'. Dat gaat als volgt: in ruil voor vijf euro krijg je een knalgeel badeendje met een nummer toegewezen. 's Avonds spuit de brandweer alle eendjes weg en het eendje dat het verst weg wordt weggespoten is de winnaar. Met een beetje goede wil is dat jouw eendje en win je een fraaie prijs.
Fascinerend. Dit 'Entenrennen' wordt slechts naar de kroon gestoken door het fameuze 'Kuhkakken' wat een paar dorpen verder plaatsvindt in Kaak (ik verzin het niet!). Hier wordt een koe in een weiland gezet dat verdeeld is in hokjes. Je snapt het al: je kunt hier rijk worden door te wedden op het juiste vakje waar de koe...

Glückstadt - maakbaar op z'n Deens

Woensdag 13 juni 2018 - trein Utrecht -> Hengelo -> Osnabrück -> Hamburg Altona -> Glücksburg
7 km gefietst; koel, 16 gr, droog.
Glückstadt is een mooi stadje met een prachtige oude binnenstad bij een haventje langs de Elbe.
Het geheel doet heel vertrouwd aan. Gek is dat niet, want het stadje is gebouwd door Nederlanders in 1617 in opdracht van de Deense koning Christian IV.
In zijn tijd reikte Denemarken tot de Elbe. Christian had grote plannen voor Glückstadt: de uiterwaarden moesten ingedijkt  worden en er zou een stad verrijzen die het naburige Hamburg naar de kroon zou steken. Alles onder het motto: 'Dat schall glücken und dat mutt glücken und denn schall se ok Glückstadt heten.'
Kortom: de maakbare samenleving op zijn Deens. Deels is het ook echt gelukt. Je kunt aan het stadje zien dat het welvarend is geweest, maar het is nooit een serieuze concurrent voor Hamburg geworden dat iets verder aan de Elbe ligt en uit is gegroeid tot een van 's werelds grootste havensteden.
In Glückstadt komt die welvaart langzaam weer terug door het toerisme en de jachthaven. De walvisvaart is voorgoed verleden tijd, maar het stadje is beroemd geworden vanwege de maatjesharing die elk jaar in juni feestelijk wordt ingehaald. Het hele marktplein staat nu al vol met viskramen en biertenten voor de haringweek die er aan komt. En dan komen de Hamburgers ook, zij mogen dan de grootste haven hebben, de onbetwiste koningen van de haring wonen in Glückstadt.








dinsdag 12 juni 2018

De raadselachtige runensteen

Op het Utrechtse Domplein, pal voor de ingang van het middeleeuwse Pandhof, ligt een enorme steen met raadselachtige inscripties. Geen Utrechter lijkt te weten wat die steen daar ligt te doen of hoe hij daar kwam te liggen. Wonderlijk.

Wat nijver zoekwerk*) bracht aan het licht dat de steen een geschenk is van een aantal 'Deense vrienden van Utrecht'. Hij is in 1936 door hen geschonken bij gelegenheid van het 300-jarig bestaan van de alma mater. Wel een ietwat zwaar op de maag liggend geschenk trouwens. Letterlijk, want de steen weegt ruim 5000 kilo, maar ook figuurlijk, want het was de tijd dat in Duitsland het nazisme steeds openlijker en rauwer aan de dag trad. Maar de nazi-voorkeur voor het misbruik van runentekens leidde er blijkbaar niet toe dat het geschenk geweigerd werd.

De Utrechtse 'Steen van Jelling' op het Domplein
De steen is een kopie van de zgn. Steen van Jelling. Deze is door koning Harald tussen 950 en 980 in Jutland opgericht bij het graf van zijn ouders en markeert de overgang van het oude geloof in Thor naar het nieuwe geloof in Christus.

Het is een soort geboortekaartje van het moderne Denemarken. Toeval bestaat niet, dus interpreteer ik dit als een heenwijzing om 's te gaan kijken waar die echte steen nu ligt. En natuurlijk om meer te weten te komen over koning Harald, de Vikingen en nog veel meer. Enfin, pa vejen dan maar...




(*) met dank aan Tim van Ham, voorlichter bij de Universiteit Utrecht)




På cyklen til Danmark


Op het Utrechtse Domplein ligt een geheimzinnige Deense runensteen. Hij ligt er al jaren, maar niemand lijkt te weten waarom die steen daar ligt of wat Utrecht met Denemarken te maken zou kunnen hebben. Wonderlijk.
Twintig kilometer verderop ligt Wijk bij Duurstede, ooit onder de naam Dorestad wreed onder de voet gelopen door woest bebaarde Vikingen. Maar wie waren die Vikingen en wat deden ze hier eigenlijk?
En nog zoiets: je kunt geen boekhandel of HEMA binnenlopen of je wordt doodgegooid met boeken of dingen voor het huis die allemaal reuze 'hygge' zijn. Maar wat is die fameuze Deense gezelligheid nu precies?

Cursus Deens

Al deze prangende vragen zijn aanleiding om dit jaar eens naar Denemarken te fietsen. Nu krijg je lastig antwoord op je vragen als je geen woord Deens spreekt. Om in dit manco te voorzien, heb ik dit voorjaar een cursus Deens  gevolgd aan de Utrechtse Volksuniversiteit. Een absolute aanrader. De lessen zijn niet alleen informatief, maar ook reuze gezellig. Helene heeft ons in tien lessen de basics van deze prachtige taal bijgebracht  (mange tak!) en daarnaast schijnt iedere Deen uitstekend Engels te spreken (det er en trost). 

Wat is het plan? 

- met de trein naar het Duitse Glückstadt en van daaruit verder met de fiets
- de Jutlandroute van Clemens Sweerman volgen tot ik bij Vejen een van de Deense nationale fietsroutes kruis
- via fietsroute nummer 6 fiets ik dan naar Kopenhagen
- na Kopenhagen langs de kust via de nationale fietsroute nr. 9 richting Duitsland

Ik zie wel hoe ver ik kom. Als plaatje ziet het er ongeveer zo uit: 

De beoogde fietsroute - nou ja, zo ongeveer dus...
















Het doel is duidelijk: Jeg går til Danmark på cykel. Als je zin hebt om af en toe op de virtuele bagagedrager te zitten om zonder moe te worden wat van de wereld te zien, dan ben je bij dezen van harte uitgenodigd.

Al dat zitten leidt wellicht tot inzichten die je met mij wilt delen. Laat je niet tegenhouden, reacties kun je via onderstaand formuliertje kwijt.

Ziezo, genoeg gekletst, we gaan op pad. Hyggelig!










Kan det være anderledes?

Terugkijkend op deze tocht door Denemarken komt natuurlijk ook de gedachte op: kan det vaere anderledes ? Natuurlijk kan het anders. Ik had ...